Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beu NEDERLANDEN. 567

in de overige Gewesten 5 wekte de neiging tot den Vrede dermaate in de gemoederen op, dat zijne Hoogheid , die den Vrede, op de Franfche Voorwaarden;, zolang tegengeftaan hadt, als hem mógelijk was, dit wederftreeven moest opgeeven (*).

De Staat fchen bleeven niet in gebreke , om alles bij de Bondgenooten aantewenden, wat hen kon beweegen tot het omhelzen der Franfche Voorwaarden. Veel verwijts moesten zij van eenigen hooren ; doch zij kreunden zich weinig aan 't zelve: alleen poogden zij het afgenorlogd Spanje eenige veiligheid in de Spaanfche Nederlanden te bezorgen, die ook tot hunne eigene veiligheid iirekte (f).

Zij bragten het zo vérre , dat elk den Vrede tusfchen Frankrijk, Spanje en de Staaten binnen kort te gemoet zag. Een donkere en fchielijk opkomende wolk bedekre dit heuglijk vooruitzigt. Men kreeg veifchil over den tijd, wanneer Frankrijk aan Spanje eenige Steden in de Spaanfche Nederlanden zon wedetgeeven. Dit Hof beweerde , hier toe niet gehouden te zijn, voor dat Zweeden voldoening zou ontvangen hebben, en de Staaten , dat het tèrltond naa het tekenen van den Vrede gefchieden moest Dit flremdeiden Handel. Engeland, van dat gefchil onderrigt, koos de zijde der Staaten. — Templis

keerdf

(*) Temple Mem. p. 604; Holl. Merc. 167S. bl 116.

Ct) Holl. Merc. 1678. bl. I2ï. 129. TêMple Mem p. 606.

Willem

de m.

Poogirt-

gen der Staatjehen , Oiii den Vrede te béwerken.

Stremming van den Vredehandel.

Sluiten