Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er NEDERLANDEN. 575

Wij vinden geen gronds genoeg in de Gefchiedenis, orn den Prins van eene zo haatlijke trouwloosheid, als hem ten laste gelegd wordt, te befchuldigen; en even min om dit beftaan aantemerken als eene daad van die heldhaftigheid, dat hij den Oorlog niet roemrugtiger zou hebben kunnen eindigen. Van eene Vredefluiting, zo fchielijk en onverwagt opko, mende, als wij gezien hebben , kon hij voorshands niet verwittigd weezen ; doch de tiende van Oogstmaand was hein bekend voor den befiisfenden dag van Oorlog of Vrede. Des berigt te wagten , zou hem tot grooter eere geftrekt hebben , dan zo veel bloeds te ftorten, in de onzekerheid van den uitflag diens dags . van welken het niet misfen kon , of bij moest des eerstdaags tijding bekomen.

Men was van meening, het gevegt, door den nagt geftaakt, den volgenden dag te hervatten ; dan zijne Hoogheid, inmiddels tijding van den Vrede gekreegen hebbende, deelde dezelve aan den Hertog van Luxemburg mede, die zijn verlangen betuigde, om den Prins te zien en te fpreeken. De zamen komst werd beraamd, en de twee Legerhoofden om heisden elkander in 't open veld, en wenschten, on der wederzijdfche betuigingen van hoogiigting , ir tegenwoordigheid van veele Bevelhebbers , elkande: geluk met den Vrede. Die egter den Prins zo wei nig naar den zin was, dat hij het Leger ijlings ver liet, ra den Haag vertrok, en van daar na Dieren om zich met jaagen te verlustigen.

E

W&T.EM DE III.

»

e

Sluiten