Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïr 6 N H O U D,

ver Maastricht. Gefchil met den Keurvorst van Brandenburg. Binhenlandfche onèénigheden over het afdanken des Krijgsvolks. Gefchil met Amfterdam, ten opzigte der verfttrkinge van Naarden. Inwendige /iaat en geestneiging van *jf Gemeenebest. Staat, kundige oogmerken van Willem den III. Frankrijk fielt eene Verbintenis aan de Staat en voor, in tegenkanting van die met Engeland. Carel de II. in de belangen van Lodewijk den XIV. Trots van Lodewijk drn XIV. Frankrijk doet verdere eifchen op Spanje en het Dahfche Rijk. De Prins van Oranje, tegen Lodewijk den XIV. verbitterd, zoekt Carel den II. vergeefsch in zijne belangen te trekken. Verdrag van Bondgenootfchap voorgeflagen , en door Zvveeden aangenomen. Poogingen van Frankrijk tegen dit Verdrag. Gefchil met \ Frankrijk over de Vlag. Gedrag der Staaten, ten opzigte van het wegvoeren van één hunner Onderdaanen na Frankrijk. De Spanjaarden zoeken hulp bij de Staaten tegen Frankrijk. Geveinsde en mislukte ftaatzugt van Lodewijk den XIV. Wijze fiaatkunde der Veréénigde Gewesten. Gefchillen met den Keurvorst van Brandenbu'g. D'Avaujc poogt te vergeefsch Fagel en den Prins te winnen. Het Prinsdom van Oranje verbeurd verklaard. De Staaten flaagen niet bij de Duitfche Vorsten, Gefchillen over de Oostfriefche zaaken. De Staaten van Gelderland maaken aan/praai op eenige Heerlijkheden. De Keurvorst van Brandenburg rlgt eene Africaanfche Maatfchappij te Embdeu op. Nadere Verbonden. De Vloot der Staa*

ten

Sluiten