Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 55

zoek, dat hij zich bij hen zou voegen. Carel de II. oordeelde het eerfte onmogelijk , indien Spanje

niet van Luxemburg afftondt; het tweede nam

hij euvel op, en betuigde wel zeer te twijfelen , of men het voor een befluit der Staaten te houden hadt, dewijl het door de ftreeken der zulken, die den Oorlog zogten, den Staaten door een wonderlijken toer

in het voorleden jaar was afgedwongen; en tot

het hulp verkenen aan Spanje, verklaarde hij zich

geheel ongezind. Op het ontvangen van dit

antwoord, zonden zij een nieuwen last aan hunnen Afgezant, den Heere van Citters , behelzende een breedvoerig Vertoog, om de wettigheid van hun befluit , tot onderfteuning van Spanje, te toonen '• en te betuigen,dat het Gemeenebest den Oorlog,als eene bron van hunne onheilen , fchuwde; en geene andere , dan vreedzaame , inzigten hadt. —■ Zij fpoorden den Keizer, bij eenen Brief, aan, om hunne oogmerken ten Hove van Engeland te onderfteunen. Handelingen , die ten b'ijke firekten , hoe zeer zij voor eenen Oorlog vreesden ; doch zij konden niet nalaaten , Spanje teffens te vennaanen tot het vermeerderen zijner Krijgsmagt, ter behou denisfe zijner gedreigde Nederlanden (*).

In de daad, de Prins van Oranje hadt al zijn ge zag en al zijnen invloed moeten gebruiken , om de Staaten te beweegen tot het toeuemmen van achtdui zend man Hulpbenden. Zijne Hoogheid, bedugt,

da

(*> Holl.Mctc. 1533. bl. 200 209.

D 4

WjLLRie DE III.

Voorflagen der

1 Franje het;.

t

Sluiten