Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H4 GESCHIEDENIS

Willem

BE HL

dat de Koning , zijn Meester, uit inzigt voor denKeurvorst van Brandenburg, meer voor den Prins zou doen , dan hij bij Verdrag zou willen belooven.

Vreemd was het, dat Utrecht zo fpoedigbewilligde in 't Verdrag met Frankrijk ; doch de Staaten vreesden voor een opfland des Volks. De Prins hadt 'er den Heer van Djjkveld heen gezonden , om het neernen van dit befluit te keeren; doch, dit mislukt zijnde, moesten de Utrechtfche Afgevaardigden van hem de fchampere uitdrukkingen hooren: Of zijniet wisten, dat hun fortuin van den Prins van Oranje afhing ? Of zij geloofden , dat hij het hun zou kunnen ver geeven, dat zij, ter deezer gelegenheid, zich rechtfit esfo tegen hem verklaarden ?

In de Vergadering van Holland viel de vraag : Of men tot het aangaan van dit Verdrag met Frankrijk bij meerderheid, of met éénpaarigheid van ftemmen behoorde te befluiten? De Raadpenfionaris dreef het JfeatfteU Jmferdam, die, voorheen, zo zeer op de éénpaarigheid geltaan hadt, beweerde thans het eerRe; oordeelende de meerderheid genoegzaam tot een Verdrag, waar in de Staat niet tradf als Partij, maar als Middelaar. Dit gevoelen kreeg de overhand : en men. bcfioot met zestien ftemmen. De Edelen, Rotterdam en Medenblik ftemdefi 'er tegen (*> Even rrrin hieldt men zich aan de éénllemmigheid ter Algemeene Staatsvergaderingé , fchoon Gelderland en

Zee-

Q») PxTEmjoiiF Lu\XVIII.§.i20.p. 1209 1210.

Sluiten