Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sjua NEDERLANDEN. 123

verontfchuldigen, dat zij zo harde Voorwaarden ten opzigte van Spanje toegeftaan, geene voor de andere Bondgenooten bedongen, en alleen getekend hadden.

Dit verfchafte Frankrijk eene gelegenheid, waar van het zich meesterlijk bediende, om met de Bondgenooten één voor één gemaklijk te handelen , en hun , zo wel in de raadflagen van het Kabinet, als in het Veld , nederlaag bij nederlaag toetebrengen. Het heilloos beginzel, om zich met Lodewijk den XIV. te verdragen, zints zijne eifehen, zijne magt en het gebruik, 't welk hij daar van maakte, Europa begonnen te dreigen, kreeg meer en meer ingangs. Schoon hij alles niet verkreeg, wat hij vorderde, diende elk Verdrag, in dit tijdperk gefloten, om de heerfchappij van Frankrijk wijder en wijder uitteftrekken: zijne Voormuuren verfterkten van tijd tot tijd, en die der nabuurige Mogenheden verzwakten. Die magt, welke ten eenigen dage de eifehen vau het Huis van Bourbon op de Spaanfche Mgnar, chy zou doen gelden tegen de rest van Europa, dus allengskens vaster gevestigd, werd met de daad ontzaglijk , althans in zulke handen. De verregaande zwakheid van één der takken van de Huizen van Oostenrijk , en het jammerhartig gedrag van beiden • de armoede van eenige Rijksvorsten , en hunne onééntgheid, of aller loontrekkende Staatkunde; en, eindelijk , de bekrompene inzigten , de verkeerde denkbeelden en de onbillijkheid der Engelfchen, belatten niet alleen den voortgang dier magt in tijds te

Bui-

Willem

de III.

Sluiten