Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dbr NEDERLANDEN. 177

u-ent te verklaaren , men zou gezweegen , en het Volk gewend hebben aan het uitoefenen van een zo gevaarlijk voorregt. Maar de grónd der Staatsgefteltenisfe openlijk aantetasten , bet algemeene Volksbegrip met voeten te treeden , den aangenomen Godsdienst des Volks te dreigen, een Leger op de been te houden , en de toefteraming des Parlements tot deeze maatregelen te verzoeken , was het toppunt van onvoorzigtigheid beklimmen. Men fchreeuwde des in 't algemeen tegen 's Konings voorflag: dan zij waren reeds zo gewoon onder 't juk geboogen te gaan, dat het wederftaan weinig te beduiden hadt. De Koning voer voort met de aanzienlijkfte Waardigheden in 't Burgerlijke en in't Krijgsweezen aan Roomschgezinden optedraagen, en de Roomfche Godsdienst werd openlijk in Engeland geoefend («).

Bij deeze inbreuken liet Jacobus de II. het niet blijven; inbreuken, die de eigendommen der Burgeren ten zijnen welgevalle Belden , zo ras men in hem het regt erkende, om de Wetten naar willekeur te fchikken : hij ftookte 's Volks misnoegen nog bet op door^de ftrengheid, met welke hij de overbh'jfzels der Partije des Hertogs van Monmouth vervolgde , en openlijk of heimlijk ten dood bragt. Veele onfchuldige Proteft'anten geraakten in lijden : de fchrik , van voor fchuldig aangezien te zullen worden, bewoog de onfchuldigen, om met hen, die deel aan den opftand gehad hadden, het Rijk te verlaaten. Jacobus

, de

(•) RtpiN, Tom.IX.p.354. & Tom.X.p.4»,, VUL Deel. M

WlLIEM ce 111.

ïüj vervolgt zijne Vijanden tot in de Nederlanden.

Sluiten