Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

193 GESCHIEDENIS

Willem Éa lil.

Brief ven dei Ri?dpei lionaris Fagel a»n st2

verblijf in den Haage, dikwijls geweest, en wiens vertrouwen hij voor geen gering gedeelte gewonnen hadt. Brief op Brief ontving Fagel met 'de dringendfle verzoeken uit 's Konings naam, datde'Raadpenfionaris zijn invloed zou te werk ftellen , om den Prins overtehaalen tot het goedkeuren van 's Konings maatregelen, en ter affchaffinge der Test-Acte en der ürafdreigende Wetten over zaaken van Gods-dienst. Onder anderen voerde hij aan , dat de Roomsckgezinden een klein getal uitmaakten in Engeland , zo dat men van hen niet veel te dugten hadt; dat 'er geen Proteflant leefde , of hij moest een affchrik hebben van de ftrengheid der Wetten tegen de NonConformisten; dat de Koning het onveranderlijk befluit genomen hadt de hand niet te kenen aan de herroeping deezer ftrenge Wetten, of dezelve moest gepaard gaan met de affehaffingder2«ï- Acte; en dat, indien men eene gelegenheid, zo gunstig om het lot der Proteflant en in Engeland, die-van de Hoofdkerk verfchilJen, te verzagten , liet voorbijglippen , het te vteezen ftondt, dat hun lot , ten eenigen tijde., veel Utara; dan ooit zou kunnen worden (*).

De Raadpenfionaris Fagel deelde alle Brieven van S nv.vARü aan zijne Hoogheid mede , en fchreef eindelijk een voliedig antwoord , behelzende eene verklaaüpg van ü. oogmerken hunner Hoogheden: deeze was den vierden van Slachunaand gedagtekend, en werd dour Burnet in 't Engelsen overgezet. Dewijl

de-

Burnet, Vol. I. p. 731, 73a,

Sluiten