Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bek. NEDERLANDEN. 22j

Landgraave van Hes/en. Hij gaf hun , in vertrouwen , kennis van het oogmerk zijner Hoogheid. Zij beloofden onderftand, in gevalle de Veréénigde Gewesten, geduurende zijnen overtocht in Engeland, of ter oorzaake van denzelven , mogten beöorlogd worden : en de Hulpbenden , door hen toegezegd, konden, desnoods, dienen om de plaats te vullen der manfchap, welke hij dagt na Engeland overtevoeren. — Bentink , in Duitschland dit werk verrijt hebbende, vertrok, in ftilte,na Amfterdam, om de Burgemeesters, Hudde, Geelvink en Witsen, des verllag te geeven , en teffeas de uitrusting der Vloote voorttezetten door tusfchenkomst van de Wildt, Geheimfchrijver ter Admiraliteit , meewustig van 's Prinfen oogmerk. Hudde verontfchuldigde zich, uit hoofde van onpasfelijkheid , het onderhoud van Bentink ten huize van Witsen bijtewoonen, werwaards Geelvink zich vervoegd hadt. Voor de eere des verflags bedankt hebbende , verMaarden zij, dat hij de moeite wel hadt mogen befpaaren, van hierom in perfoon overtekomen. Hij gaf hierop te kennen, dat de zaak, naa de geboorte van den Prins van Walles , zijne Hoogheid in 't bijzonder niet meer aanging , maar den ganfchen Staat. De Burgemeesters vonden dit zeggen geheel niet overéénkomstig met de voorheen gedaane verklaaringen van den Raadpenfionaris, en van den Prins zeiven : ook lieten zij zich, 's avonds, onder den maaltijd , niet beweegen, om op den goeden uitflag der onderneeminge te drinken, Be.ntink P 3 werd*

Willem de 111.

Sluiten