Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*ek NEDERLANDEN. «37

ten. Het andere voordel ontweeken zij met te vraagen : Welke Verbonden tusfehen Frankrijk en Engeland plaats hadden , op welken de Graaf d'Avaux oogde ? Of die Verbonden waren aangegaan ten bederve van hen en van den Protejlantfchen Godsdienst? Dit begeerden zij te weeten, eer zij den Markgraaf d'Albyville antwoordden. Hun Afgezant van Citters gaven zij last, dit onderzoek te doen bij den Koning , die te verdaan gaf, dat 'er geene Verbonden tusfehen de twee Kroonen waren, dan de openlijk bekende en gedrukte. Dan de Staaten, uitdel van tijd verlangende, waren met dit mondeling antwoord, door d'Albyville desgelijks mondeling bevestigd, niet te vreden : zij vorderden het fchriftlijk, 't geen de Afgezant niet doen kon voor den vijfden van Wijnmaand; en toen draalde bet wederantwoord der Staaten nog tot den veertienden dier maand; hetzelve liep uit op deezen zin: „DatdeStaa„ ten, uit den Graave d'Avaux vernomen hebbende, „ dat 'er eene nauwe verbintenis was tusfehen de „ Kroonen van Frankrijk en Groot - Brittanje, ge„ meend hadden, des betreffende, opheldering re mo„ gen verzoeken bij zijne Groot - Brittannifche Maje„ fteit. En, naardemaal zijne Majedeit zulk eene ver„ bintenis duidelijk hadt gelieven te lochenen, moesten „ zij ook verklaaren, geen oogmerk gehad te hebben , „ of nog te hebben, om met hem en zijn Volk in Oor„ log te treeden. Hetfmertte hen ook zeer, dateeni„ gen, die hun 't geluk des Vredes misgunden,een „ zwaar misnoegen in den Koning tegen heuontdeeken

„ had-

Willem de HU

Jacobus lochent, eenige bijzondere verbintenis rnet Frankrijk te hebben»

Sluiten