Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24§

GESCHIEDENIS

P£ 111.

dikanten bij zich komen, en ftelde hun met deernslige en minzaame welfpreckenheid,hemelen,voor, dat deeze overtocht des Prinlèn het eeuig middel was, om het Vaderland en den Godsdienst te redden voor het gevaar , 't welk het een en ander over 't hoofd hing; dat de Dragonders in Frankrijk hen genoeg overtuigde, welk eene onverzoenbaare woede de Paaperij bezielde; en dat, indien men die Kerk toeftondt in Engeland de overhand te krijgen , de Protejlantfche Godsdienst, menfchelijker wijze gefproken, van allen fteun beroofd was. De Predikanten, door deeze redenen opgewekt, ontvonkten ligt in de gemoederen der Gemeenten een yvervuur tot het begunstigen deezer zaake ; want , fchoon de Geestlijkheid in de Veréénigde Gewesten bijkans geen gezag heeft, dan zo veel de Regeering hun gelieft te verleenen, is 'er geen Land , waar de Predikanten meer bij het Volk geagt zijn, of meer invloeds op hetzelve hebben. — Het misnoegen, door Lodewijk den XIV. hier ten Lande verwekt , door de voorheen gemelde bezwaaren des Koophandels wrogt mede om de geesten te verbitteren. En fteeg deeze verbittering tot zulk een toppunt, dat, gelijk de Graaf d'Avaux fchrijfr , de Leden der Regeerin-' ge, zo wel als het gros des Volks, verklaarden , lierer met de wapenen in de vuist te willen lierven, dan te blijven in den tegciiwoordigen toeftand (*).

Van

(*) Burnet, Vol. I. p. 77%, 779, d'Avaux, Tom, ïï. P- 215.

Sluiten