Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DïrNÉDERLANDEN. 323

59 waar voor ik gevreesd heb. Zo gij nu de Wet niet ,, vermaakt , zijt gij uwe Privilegiën kwijt. Daat „ is nu geen Wet meer. Staat mij dan bij, Vrienden. Ik zal u ook niet verlaaten, al zou men mij „ in ftukken vanéénfcheuren !" Dat hierop het Volk allen , met een verward geroep, gefchreeuwd hadt: Wij willen de Wet veranderd hebben l —. Westerwijk werd ook befchuldigd , de eerfte geweest te zijn, om de Stad te fluiten, en 't gefchut op de Wallen te brengen , onder betuiging : Wij zullen het Krijgsvolk wel bulten hóuden ! Dat hij van fchieten gefprookenj, en een Overften , die het Krijgsvolk belastte vuur te geeven , te gemoete gevoerd hadt: Schiet vrij; hier jlaa ik: de Koning heeft geen magt

om te beveelen, *t geen gij beveelt. Van der

Hille en Verkat werden inzonderheid befchuldigd , dat zij de Trom hadden laaten roeren , om de Burgerij in de wapenen te doen komen, en was de laatstgemelde , naar luid van dit Vonnis , op het Stadhuis geweest, om de vermaaking der Wet te helpen doordrijven.

Wanneer men dit ftrenge Vonnis den Koning, reeds na Engeland gekeerd, toezondt, om van hem overgezien en bekragtigd te worden , met dankzegging voor de gedraagene zorg, om de rust te Goes te herftellen; leverden de Officiers der Burgerije en de Dékens der Gilden teffens een Verzoekfchrift over, 't welk ten betoon ftrekt , hoe gevreesd zich zijne Majefteit gemaakt hadt, en verklaarden, „ dat geen VUL Deel. a.St. D „ braave

U'lLtRM

de 111;

Sluiten