Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 353

Koning Willem opende de zamenkomst met eene aanfpraak, zeer gefchikt naar tijds gelegenheid, en om aller gemoederen tot zijn plan overtehaalen. Hij bragt hun onder 't oog, „ hoe het blijkbaar ge„ vaar, waar in de Bondgenooten thans verkeer-

den , klaar toonde , welke misflageu zij voorheen ,, begaan hadden. Hij behoefde derhal ven niet vee„ le redenen te gebruiken , om te toonen , dat zij „ voortaan beter en gepaster maatregels zouden „ moeten neemen. Het was in de tegenwoordige

omftandigheden geen tijd meer van raadpleegen, „ maar van uitvoeren. De Vijand was meester van „ de voornaamfte Sterkten , die eertijds ten voorai muur van de gemeene Vrijheid ftrekten. Wel„ haast zou hij al het overige aan zich onderwor„ pen hebben , indien de geest van verdeeldheid,

traagheid en eigenbaat langer heerschte onder de „ Bondgenooten. Elk behoorde zich in tegendeel „ verzekerd te houden , dat zijn bijzonder belang „ met het algemeene gepaard ging. Men hadt te 5> doen met eenen magtigen Vijand , die gefchapen „ ftondt Steden en Volken te doen zwigten voor 't „ geweld zijner wapenen. Het was ijdelheid , ge„ roep , klagten en nutlooze aantuigingen te doen „ tegen blijkbaare onregtvaardigheid. Niet de be„ fluiten van eenen onvrugtbaaren Rijksdag, niet „ de ongegronde hoop van deezen of genen Staats„ dienaar, maar Krijgsknegten , magtige Legers, „ en eene fpoediger en nauwer verdéuiging van alie t> de kragten der Bondgenooten , moesten het werk

„ uit

Willem de III.

Aanfpraak van Koning Willem bij de opening der zamenkorrl-.fte,

I

Sluiten