Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 381

de zich hooglijk , dat de Staatfche Oorlogfchepen verfcheide Zweedfche Koopvaarders , op Frankrijk handelende, genomen hadden , en vorderde deswegen vergoeding. De Staaten bemerkten, door 'c bezef van 't geen hun zelfs ten eenigen tijde zou kunnen overkomen, de regtmaatigheid van deezen eisch tegen de dwinglandfche gemaakte bepaalingen , en ftemden in de wedergave eeniger Schepen , of de vergoeding derzelven in Geld (*).

De hoop , die de Zeemogenheden , Groot - Brit' t,anje en de Veréénigde Gewesten, op hunne Zeemagt Relden, werd in 't volgende jaar MDCXCIV. even min voldaan als in het laatstvoorgaande. Engelfche en Staatfche Oorlogfchepen, eene rijke Koopvaardijvloot na de Mlddenlandfche Zee geleidende , werden, op de hoogte van Gibralter, door een geweldigen ftorm beloopen , die verfcheide , zo Oorlogals Koopvaardijfchepen, deedt vergaan. De Engelfche Vlootvoogd Whecler verzonk met zijn Schip van tachtig ftukken in de diepte. De Franfchen gaven het verlies, bij deezen ftorm geleden, zeer hoog op , en maatten de verzwakking , hunnen Vijan. den daar door toegebragt , ten breedften uit :. deezen, in tegendeel, troostten zich te gereeder over dit verlies , om dat het Frankrijk geen voordeel aanbragt : even of het , ten wille van de menschlijkheid, niet beter zou geweest hebben , dat zo veele

Men-

(*) Du Mont Corps Diplom. Tom. VII. P. II. p-

335»

Willem de III.

Het bom»

bardeeren van verfcheidePl?atzen in Frankrijk,

1694.

Sluiten