Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 433

houden, zo lang Carel de II. leefde , om het opontbieden des Aardshertogs te beletten.

Lodewijk de XIV, Europa tegen zijne oogmerken ingenomen ziende, nam zijn toevlugt tot de verftandigfte ftreek vart Staatkunde, om het te leur te fielten ; te weten, hij zogt den Vorst , die de ziel en de drijfveer was van het Bondgenootfchap tegen Frankrijk , tot zijne zijde overtehaalen. Genoeg hadt hij op de Rijswijkfche Vredehandeling gezien, dat de belangen van Willem den 111, voor Koning vau Engeland erkend , zeer veel verfohilden van die des Prinfen van Oranje, enkel als Stadhouder befchouwd. Zijne ftaatzugt voldaan zijnde ,; was hij niet meer zo kragtig gefield op het houden van het ftelzel des evenwigts , door hem ter baane gebragt , en op alle zijne oude ontwerpen, om Frankrijk, wat lier, naa den Pyrenefchen Vrede , verkreegen hadt , afj handig te maaken. Toen meer op genot dan aanwas van bezittingen gefield, en het niet zo zeer, als eertijds, noodig hebbende, Europa tegen Frankrijk in \ harnas te jaagen , volgde hij nieuwe beginzelen , met zijnen tegenwoordigen toeftand overeenkomende.

Lodewijk de XIV. deedt hem polfeh door den Graave van Portland, toen Éngeljchen Afgezant aan 't Franfche Hof. Om deezen Staatsdienaar , die op Willem den Ilï. den zelfden invlued behouden hadt, als toen hij nog Graaf van Bentink was , te beter tot zijne oogmerken overtehaalen, ïiétóeFrart' fche Vorst hem met allen luister ontvangen , en de

grootfb

Willem de IÜ.

Sluiten