Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44Ö

GESCHIEDENIS

Willem

de III.

Onderhandelingtusfehen Lodewijk den XIV. en Willem den III., over een nieuw VerdeelingsVerdnsg.

en als Stadhouder der Veréénigde Gewesten, geen onverfchillig toekijker deezer Staatkundige tooneelen. De Graaven de Tallaud en van Portland raadpleegden veelmaalen met den Raadpenfionaris Hfinsius over dit onderwerp. Het gevolg dier raadpleegingen was het vervaardigen van een tweede Verdeelings-verdrag. Veelen der voornaamfte Leden in 't Gemeenebest kantten 'er zich tegen. De Heer van Dijkveld beweerde, dat men geen vertrouwen moest Hellen op de onderhandelingen des Franfchen Staatsdienaars, die niets anders zogt, dan Engeland en de Staaten tot verkeerde flappen te brengen, en toonde een Gefchrift, door den Markgraaf d'Harcourt , kort naa het fluiten des eerlten Verdrags van verdeeling, aan Koning Carel, ter zijner gerustflellinge, overgeleverd (*).

Terwijl men, in 's Gravenhage, de onderhandeling over het nieuwe Verdeelings - verdrag voortzette, hadt Don Bernardo de Quiros, Spaanfche Afgezant, in deeze Gewesten, iets van het geheim ontdekt hebbende, het den Koning, zijnen Meester, medegedeeld. Het Hof van Madrid, in deezervoege onderrigt van de raaderen in beweging gebragt, om een nieuw Verdeelings-verdrag te doen werken, befloot zich, des te beklaagen, ten aanhoore der voornaamfte Mogenheden in Europa. De Markgraaf de Canales , Afgezant des Spaanfchen Konings aan het Engelfche Hof, leverde,

ter-

(*) Lamberti, Tom. V. p. 95 —.97.

Sluiten