Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der N E D E R LANDEN. 447

terwij! Willem de III. in Holland was, een Vertoog in bij de Lords Regenten , vervat in zeer fteekelige bewoordingen. Tot een fiaal, dient de aanvang. „ De Koning, mijn Meester, in 't zekere

vernomen hebbende, dat zijne Majefteit, Koning „ Willem, de Staaten en andere Mogenheden, „ (in gevolge van 't geen zij, voorleden jaar, op

't Loo verhandeld en vastgefteld hebben,) thans ,, daadlijk bezig zijn , om een nieuw Verdrag te

vervaardigen wegens de opvolging tot den Spaan„ fchen Kroon, en, ('t geen nog veel verfoeilijker „ is,) eene befchikking maaken, op de verdeeling ,, van het Rijk, beveelt zijn' buitengewoonen Af„ gezant in dit Koningrijk aan de voornaamlte ,, Lords kennis te geeven van deeze verrigtingen, „ en dit beftaan, nooit gezien, nooit ondernomen „ door eenig Volk, ten opzigte van de belangen „ of opvolgingen van een ander; en nog min ge„ duurende het leeven van een Vorst, wiens jaaren „ hem grond geeven, om te hoopen op eene op,, volging, van alle Volken hoogst verlangd; zon„ der eene verfoeilijke gierigheid, zou men zich niet „ laaten vervoeren tot Staatzucht, om in eens an„ ders Land alles zich aan te maatigen, en alles „ het onderst boven te keeren." Het overige gaat, op dien zelfden trant, voort, en hij eindigt met eene bedreiging, van zijne klagten bij het Parlement te zullen inleveren , als het zou vergaderd zijn. — Men zondt dit fcherp Vertoog aan den Koning van Engeland, die reeds , om verfcheidene

re-

WlLLBM

Da III.

Sluiten