Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 483

„ loos weezen. Mogt hij het genoegen niet fmaaken, van den Vrede tusfehen Frankrijk en de Ver~ „ èénigde Gewesten te bevestigen voor veele jaaren, „ ten minden hadt bij doen blijken , dat het zijnen „ Meester niet te wijten was , zo deeze Vrede ver„ broo'ten wietd.

,, Zijne Majefteit hadt zich alleen gewapend ten „ behoeve van den Koning, zijnen Kleinzoon , en „ geenzins om zijn gebied uittebreiden , waar toe hij. in den zwakken toelïand van den Veréénigden „ Staat, onlangs goede gelegenheid zou gehad heb* „ ben: dit mogt hij, Afgezant, vrijlijk zeggen, „ vermids de Staaten zeiven geene zwaarigheid gemaakt hadden het alomme te verbreiden. „ Konden , ondertusfehen , deeze aanmerkingen „ den Oorlog niet voorkomen , h j vertrouwde, dat „ de Voorzienigheid 's Konings wapenen zou blijven „ zegenen en elk, die hem durfde aantasten, over., tuigen, dat hij zich wreeken kon van den hoon, „ zijne Vlagge aangedaan; dat hij kon beletten,dat „ zijne Onderdaanen door Hollandfche en Engelfche „ Oorlogfchepen genomen werden, dat deeze zelfde „ Schepen zn'ne Havens kwamen peilen , en op „ Franfche Vaartuigen fchooten ; en dat hij zich „ mee>tar kon maaken van Plaatzen, tot nog toe in geen ftaat van tegenweer gefteld: over den hoon, hem toegebragt , hadt hij zich tot nog niet ge3, voelig getoond, op lat men niet zou kunnen zeg. „ gen, dat de Rijswijkfche Vrede door hem in 't minst gefchonden was. Ten befluite wenschVIII. Deel. 2. St. O >3 te

Willem

CE III.

Sluiten