Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Si6

GESCHIEDENIS

Willem

de III.

Ü3 Vl,

andcring

op de be-

Helling

der Wet*

honder-

fchap

gaan in

Hol/and

zonder

vee!

moeite

cioer.

„ genoemde wijze, wilden ter harte neemen, twij„ felden zij niet aan eene gewenschte uitkomst (*).'*

Met deeze onbepaalde woorden gaven zij door de Algemeene Staaten de andere Gewesten duidelijk genoeg hunnen toeleg te kennen. De vier overige, thans Stadhouderlooze, Landfchappen , deeden dergelijke verklaaringen, zonder een enkel |woord te reppen van het begeeven der opengevallene hooge Waardigheden (f). In deezervoege greep de Staatsregeering weder ftand in 't Gemeenebest.

De Ilidderfchap en eenige andere Leden zouden gaarne gezien hebben, dat de verkiezing der jaarlijkfche Magiftraten, die voorheen aan den Stadhouder geftaan hadt, voor eerst, verbleeven geweest ware aan de Vergadering van hunne Edele Groot Mogenheden, aan welke men de benoeming wilde overgezonden hebben, met eene bijzondere aanprijzing der Perfoonen, welken de Steden gaarne verkoozen zagen. Doch de Magiftraat van Amfterdam verftondt , dat de Magiftraats-beflelling in de Steden van Holland op den eïgenlten voet behooide gebragt te worden, als waar opmen dien, in den jaare MDCL, ma het overlijden van Willem den II, gefteld hadt. De anderé Leden Hemden voor het groctfte gedeelte met Amfterdam, en de Wethouderfchappen vonden zich bekleedt met het zelfde oniif hanglijk gezag , 't welk zij voor de omwenteling , in den jaare

MDCLXXII,

(*) Refol. Holl. ijc2. bl. 7%. (t_) Net. Zeel. 1702. bl. 55. 52.

Sluiten