Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dek NEDERLANDEN. 523

f listige en eerzugtige Geesten, zich eene magt, welke hun geenzins toekwam, wilden aanmaatigen , en dat men Menfchen, lafhartig genoeg , om te beweeren, dat het Landsbeftuur een hoofd noodig hadt, om de éénsgezindheid tegen misnoegden te bewaaren, moest wantrouwen.

De Steden des Kwartiers van Nieuwtnegen hielden zich zeer gebelgd over de handelwijze der Algemeene Staatenj die, huns oordeels, meer naar bevelen dan naar verzoeken zweemde, en aanliep tegen de Vrijheid des Lands ; maar, en deeze verklaaring, en de tegenkantingen van Zeeland en Stad en Lande in de Vergadering der Algemeene Staaten waren van geene beduidenis. De Algemeene Staaten de Volksgezinde Regenten niet kunnende beweegen., om Gemagtigden na den Haage aftevaardigen , fchikten eene bezending na Gelderland. Doch wat konden zij uitvoeren tegen Regenten, wier gezag algemeen bevestigd en met 's Volks goedkeuring gefterkt was?

In Gelderland was een ander gefchil ontdaan tusfehen de Steeden en de Ridderfchap, over het heffen der gemeene middelen: men wierf volk tegen elkander. Niet weinig werd de bovendrijvende Partij geflijfd, door bewustheid, dat de Staaren|van Holland ze heimüjk begunftigden. Zij zagen met genoegen, dat de Regeering der Gelderfche Steden in handen bleef van de zodanigen, die met hen zamenfiemden in het goedkeuren eener Stadhouderlooze Regeeringe, en het handhaaven van dezelve. Vier Afgevaardigden vertrokken na Arnhem, om te' arbeiden aan Q 5 het

Willem de III.'

Sluiten