Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53o GESCHIEDENIS

Willem

DE III.

heel niet gereed tot het "geeven van hunne toefremming. De Staaten van Holland verfcheenen daarop in voilen getale in de Vergadering der Algemeene Staaten, en de Raadpenfionaris Heinsius hieldt hun voor den gevaarlijken ftaat van het Gemeenebest; hoe Holland de Bondgenooten tot een moedig befluit, ter bewaaringe van Godsdienst en Vrijheid, hadt aangezet, waarop een magtig Leger ten Velde, en eene groote Vloot in Zee gebragt was; hoe geen vaste en duurzaame Vrede kon verkreegen worden t dan met den Oorlog ernstig doortezetten: 's Vijands toerustingen tot den aanttaatfden Veldtocht vorderder ;en de nauwfle verééniging en zamenfpanning van bragten ; gebrek aan ééndragt onder de Regeering van eenige Gewesten deedt de gemeene zaak agterwaards loopen ; de nood/ge bewüligingen kwamen traaalijk in, en de aandeelen werden niet tijdigopge* bragt; men verzuimde in de meeste Gewesten het Krijgsvolk voltallig te houden; de eisch tot het aanvuilen der Magazijnen was door eenigen niet aangenomen , en coor anderen liegt voldaan. Ging het voort op dien voet, dan zou geen Leger ten Velde gebragt, geene Vloot in Zee gezonden kunnen worden . en de Magazijnen zouden onvoorzien blijven van de noodige Krijgsbehoeften. Dit alles ftelde het Gemeenebest bloot voor eenen vijandlijken aanval. Om alle deeze veikeerdheden, en daar uit tedugtene rampen, te weeren , het tegenovergeflelde uittewerken , en 's Lands heil te bevorderen , ging Holland niet alleen met raad , maar ook met daad voor. De

fctaa-

Sluiten