Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53(5 GESCHIEDENIS

de Gewesten, en Stad en Lande was overgehaald, om zich niet aailtekamtenitegen het befluit , bij 't welk „ de Stadhouders van één of meer Gewesten, „ wanneer de overigen geene Stadhouders hadden^ onbevoegd verklaard werden, om in den Raad van Staate te zitten (*)." Men twijfelt niet, of de nieuwe Koning van Pruis/en , de Mededinger van Prins Jan Willem Friso, ten aanziene der erfenisfe v..n Koning Willem , wiens belang het was, dien jongen Vorst laag te houden , hadt veel toegebragt, om de Staaten deezen Rap te doen neemen. D >ch, om den Prins, die zich beroofd zag van een fchitterend Voorregt, en Friesland , 't welk een, zijns bedunkens , onbetwistbaar regt hadt moeten afRaan, eenigzins te gemoet te komen , werd befloten , dat de Prins, zo ras hij twintig jaaren zou bereikt hebben , het Generaalfchap over het Voetvolk zou aanvaarden , en de gewoonlijke Wedde genieten (+)• ^n werd hij zedert, in het Leger bij Soignies, door den Veldmaarfchalk Oltwerkerk voor Generaal verklaard.

De uitfluiting des Prinfen van Nasfau uit den Raad van Staate gaf een hevigen fchok aan deVrienden van dat Huis. Eenige Gewesten fcheenen dien niet fterk genoeg te rekenen , en 'er nog meer aan te willen toevoegen. De Staaten van Overijsfel waren

(») Refol. Holl. 1707. bl. 340.

(*; Lambkr.ii, Tom. IV. p. 662. 663.

Willem de III.

Sluiten