Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 537

ren het, wegens het weeren des Prinfen uit den Raad van Staate, met Holland, Zeeland en Utrecht ééns geweest, in vertrouwen, gelijk zij verklaarden,dat de Bondgenooten met. hen ook wel zouden willen overéénkomen ten aanziene van de vastftelling derte" genwoordige Pvegeering in de Veréénigde Gewesten. Te weeten zij hadden befloten , „ nooit weder te „ komen töt het aanftellen van eenen Stadhouder, „ welk Ampt (zo zij beweerden) oulings ingevoerd „ was , om dat de Hertogen , Graaven of Heeren 5, deezer Landen niet altoos tegenwoordig waren in .„ het Gewest, waar over de Stuaten nevens hen re„ geerden; waarom het ten langden met den Mun„ fterfchen Vrede behoorde vernietigd geweest te „ zijn. Het gezag des Prinfen van Oranje hadt te „ wege gebragt, dat men nog naa dien rijd Stadhou„ ders hadt aangëfteld,: doch, deeze wijze van re„ geering eindelijk, met den dood des Konings van „ Groot -Brittanje, opgehouden hebbende, was de „ Staat in zijne volkomene en uitgeftrekte Vrijheid „ gekomen, waar in zij voorhadden in hun Gewest „ te volharden." Zij verzogten de andere ftfadhou. derlooze Gewesten , een dergelijk befluit te neemen (*). Het ftuk kwam in ernstige overweging • ja z 'ïnmigen fcheenen niets'minder ten oogmerk te hebben , dan om weder , gelijk ten dage van den Raadpeufionoris de Witt, eene harmonie of overéén-

(*) Refol. Overijsfel, 22 April 1707.

Willem de III.

Vier Gewestenraadpleegen , om peenen Stadhouder aante ftellen.

Sluiten