Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dek. NEDERLANDEN. 4*

Bij Ouderen gelukte het hem beter, en hij deedt de Franfchén, daar post houdende, wijken. Dit duur de egter niet lang. De Bouflers deedt den Graaf de Guiscard en den Hertog de Guiche aanrukken , die Ouderen hernamen , en hij zelve taste E' keren aan, 't welk hij meester werd , naa het overwinnen van eenen manmoedigen tegenftand. Nu fcheen het Leger van Obdam niets anders over, dan, in het moeras gedrongen, elendig omtekomen, of zich krijgsgevangen te geeven. In deeze verlegenheid, terwijl 's Vijands magt fteeds aangroeide, zag Obdam geen redmiddel meer over : hij verliet, alleen van omtrent dertig , zo Officiers als Ruiters en Bedienden, vergezeld, het Leger, en week na Breda. Eene daad, hem kwalijk afgenomen , doch waar over hij zich in den Haage met eenen gelukkigen uitflag voor zijne eer verdeedigde (*).

De vlugt van Obdam liet het bevel in handen var de Generaals Slangenburg en Tilly, en 's Volk: moed bleef onbezweeken: zij ftreeden met de zelfdi dapperheid. Overften en Gemeenen, geen gevaa fchijnende te kennen , of althans hetzelve veragten de, wierpen zich, met eene drift, welke aan woedi grensde, te midden van de Franfchén: dikmaal; werden zij afgeweezen, en moesten wijken; doe: welhaast wonnen zij weder veld , overdekt met ei gen bloed en het bloed hunner wakkere tegenftarj deren. Twintigduizend Soldaaten , befloten in di

eng

(«) Waceisaar, Vadtrl. Hifi. XVII. D. bl. 188.

C 5

StaatsRe gearing,

1

ï

e

Sluiten