Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 43

geflreeden overfchot na Lillo, waar zij, methetaanbreeken van den dag , aankwamen. De Generaal Koehoorn was getuige van hunne dapperheid aan de andere zijde der Rlviere , maar kon, bij mangel van Vaartuigen, hun niet te hulp komen.

Dit gevegt bij Ekeren kwam den Hollanderen en Franfchén beiden op veel Volks te Haan. Delaatstgemelden fchreeven zich de overwinning toe , dewijl Obdam het Leger hadt moeten verlaaten : en de eerstgenoemden beweerden , dat deeze aan hun moest worden toegekend, dewijl de Franfchén, naa het eindigen van den ftrijd, na hunne Liniën waren te Tug geweéken. Wat hier van zijn moge , de Franfchén hadden gewis het voordeel van dat gevegt. dat hetzelve de ontwerpen der Bondgenooten verij delde, daar zij den Franfchén niet konden beletter de oude posten in de Liniën van Vlaanderen en he Land van Waas weder te betrekken. Koehoorp moest ze in allerijl verlaaten op de aankomst van den Graave de la Mothe, die, weinig dagen naa he voorgevallene bij Ekeren, dezelve innam.

Siangenburg vervoegde zich met het overfcho der manfchap bij den Hertog van Marlborough Eenige keereu fcheen het tot een hoofdtreffen teko men. Marlborough zogt Villeroi daar toe uitte lokken. Eens ftelde hij zich in flagorde op een ruime vlakte , recht tegen over de Franfchén, e: deedt vier fchoten , tot een teken voor Slangek burg , om den aanval te beginnen; doch Villerc waagde geen üag op eene voor hem ongunstig

plaat

Staatsie egee-

r1ng.

C

1

ii e >»

Sluiten