Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

StaatsReoee-

1 < 1

]

\

1

ölag van Malplaqiiet, 1:

I

l

m GESCHIEDENIS

Villars zogt te vcrgeefsch de door hem verzwakte Bezetting te verfterken. Marlborough vervorderde het beleg met allen ernst. De belegerden deeden verfcheide uitvallen; doch, te zwak van volki om iets te betekenen. Met meergeluks weerden zij de aanvallen af, door een fchriklijk vuur te maaken; doch den acht en twintigfien van Hooimaand vondt de Bevelhebber de Stad verder onweerbaar, floeg den aftocht, en begaf zich mtt de bezetting in 't

Kafteel 't Beleg van 't zelve was ten gelijken

tijde met dat der Stad begonnen, en werd, naa het inneemen van dezelve bij verdrag, met denzelfden ijver agtervolgd. Men was overeengekomen , dat men uit de Stad niet op het Kasteel, noch uit het Kafteel op de Stad zou fchieten; dit werd niet zeer [fïpt gehouden. In dit beleg fneuvelde veel volks: Ie mijnen der Belegerden rigtten eene verbaazende vernieling aan. De Hertog van Marlborough \kt een Dukaat daags uitlooven aan alle Vrijwilligers, die in 3e mijnen arbeidden. Veelen door winzugt verlokt, legaaven zich aan dit onderaardfche werk, dikwijls mtmoetten zij de Franfchén onder den grond, waar nen in 't donker elkander dood ftak. Gebrek aan ijftocht bragt meer dan iet anders tot de overgaare toe, die op den laatllen van Oogstmaand gechiedde.

Nauwlijks vergunde Marlborough, Doornik en et Kasteel vermeesterd hebbende, zich eenige rust; lij beraamde terftond met Eugenius het beleg van 'ergen in Henegouwen. De Maarfchalk de Bouf-

ïlers

Sluiten