Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dia NEDERLANDEN. 185

„ verbitteren tegen die den Vrede zogten. Wij „ klaagen niet, dat men, tegen de openbaaretrouw, „ en ondanks onze zo dikwijls herhaalde ver^oe„ ken, alle Brieven, door ons ontvangen of gefchrees, ven, geopend heeft. Het voordeel, 't welk wij „ daar van trekken, is, dat men het voorwendzel, „ waar onder men zo veele fmaadheden dekte, on„ gegrond gevonden heeft. Men kan ons niet ver„ wijten, iet het geringfie te werk gefield te heb„ ben, ffrijdig met het Regt der Volken, ten onzen 5, opzigte gefchonden. Het is duidelijk , dat men „ het bezoeken van ons in deeze foort van gevan„ genis verhinderde , dewijl men vreesde , dat wij „ waarheden zouden ontdekken , welken men ver,, borgen wilde houden (*)."

't Valt ligter zich te vetbeelden , dan te befchrijven, welk eene woede deeze Brief, en bovenal de openlijke uitgave van denzelven , bij de voornaamfte Hoofden der Bondgenooten verwekte. De Volken in 't algemeen hadden den Vrede te noodig, en begeerden dien te Berk, om met een onverfchillig oog te zien, dat men dezelve zogt te verlichten omtrent der Bondgenooten wederftreeving, om het fluiten van denzelven te vertraagen. Zij beefden. Zij kreeten deezen Brief uit voor een zamenvoegzel van laffe, belachlijke, onvoeglijke, oproerige , dubbel zinnige, bedrieglijkef hoonende en buitenfpoorige uitdrukkingen. Bovenal beklaagde men zich over de

be-

(*) Lamberti, Tom. VI. p. do.

M 5

StaatsRegee-

1u£\g.

Sluiten