Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

êer. NEDERLANDEN. 330

ais zij agt gaven op de hoogte van magt, tot welke die Vorst zou worden opgeheeven, als zij, door het aanhoudend verleenen van hunnen bijftand, opzijn hoofd met de Keizerfche Kroon praaiende , ook die van Spanje, de Indiën, Napels en Sicilië zetten, en onder zijn magt zo veele andere Staaten veréénïgden, tot nog verdeeld tusfehen de twee takken van het Huis van Oostenrijk. De vrees van ten eenigen dage de Kroonen vau Frankrijk en Spanje op één hoofd te zien, hadt het groot Verbond doen vormen. Zo veele Vorsten zamenverbonden, onder het veelfchijnend voorvvendzel, om de algemeene verdrukking, welke zij oordeelden, dat hun dreigde, af te weeren, hadden niet minder te vreezen voor de overmaat van magt, welke nu in het Huis van Oostenrijk zou komen. Derhalven zou Engeland zich zei» Ven, zo wel als geheel Europa dienst doen, als het door een goeden Vrede medewrogt, om Koning Phiiips op den Throon te handhaaven. De Koningin zou niets verliezen, met de beuzelagtige beloften, haar door den Aartshertog gedaan, te laaren vaaren; dewijl hij nooit in Raat zou zijn, om ze te volbrengen. Philips alleen kon met grond belooven, dewijl hij als dan bekwaam zou zijn om zich in 't bezit van Spanje en de Indiën te handhaaven. Engeland hadt ondertusfehen zich niet te beroemen over den dienst, welken het aan Koning Philips deedt, magtig genoeg, om zich tegen zijne Vijanden te verweeren; maar deeze erkentlijke Vorst zou aan de tfreedzaame gevoelens van Koningin Anna willen

be-

S-MATSREG ESRING.

Sluiten