Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derNEDERLANDEN. 253

tiïngin verklaarde, dat 'er niets was, 't geen haar ;kon aanze ten om den Vrede te Duiten , zonder eene redelijke voldoening te bedingen voor haare goede Vrienden, en de Staaten der Veréénigde Gewesten, ten opzigte van hunne Barrieren, hun Koophandel en alle hunne andere eifchen. Maar tellens moest zij hun te verftaan geeven dar zij zich, ten aanzie» fle der Bartieren, handelbaarder hadden aanteftellen, en veel afteftaan van hunne voorgaande vorderingen, die, in derzelver volk uirgeftrektheid aan alle andere Mogenheden, en zelfs ann het Huis van Oostenrijk moesten mishaagen. Zij voegde 'er bij, dat, indien de Staaten voortvoeren, met zich ontrust te toonen, over 't geen zij met Frankrijk gehandeld en bedongen hadt, ten voordeele van haar eigen Rijk, 'er regtmaatige grond van klagten was over hunne onregtmaatigheid. Voorts moest zij hunne Hoogmogenheden berigten, dat zij zich te haasten hadden in de keuze van een Handelplaats, het gereedmaaken der Vrijgeleibrieven voor de Franfche Gevolmagtigden; dewijl zij zich verzekerd hieidt, dat het van veel gewigts was, zonder toeven, dit groote werk aan te vangen, ten einde men, aan den eenen kant, zich niet blootgefteld vondt, de toebereid zeis ten Oorloge te vertraagen , en, aan den anderen kant, nutlooze onkosten te maaken, indien men de laarfl/e hand floeg aan dit Vredes - ontwerp. De Koningin gelastte haaren Afgezant, den Staaten te verklaaren, dat, in gevalle zij den Oorlog wilden voortzetten, zij den ongelijken last des Oorlogs, welken de

Bond-

StaatsRiten».

ring»

Sluiten