Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

386 GESCHIEDENIS

StaatsRactEEJwp.

vorst van den Palts over Limburg, met den Keurvorts van Keulen wegens Huy , Luik en Bon , en met den Koning van Pruisfen ten aanziene van het Regtsgebied in 't Overkwartier van Gelderland, wij zouden ons tot bijzonderheden, vau te gering belang om de aandagt der befchouweren van ons Tafereel optehouden, inlaaten. Eene enkele aanmerking zal ons brengen tot het verflag van 't geen 'ervervolgens met den Keizer ten cpzigte van de Barrière voorviel , en aanleiging gaf tot eene nadere overéénknmst.

De Staaten hadden op de Vredehandeling den naijver, om eene Barrière tegen Frankrijk te hebben , te fterk doen doorfteeken , en deeze veelvermogende Kroon te zeer getergd, om te vrede te zijn met het geen hun, in gevolge van het Utrechtfche VredesVerdrag , werd toegedaan. Onophoudlijk ontftonden 'er klagten en hairklooverijen in de Oostenrijkfche Nederlanden over de Grensfcheiding , over de wijze van het afleggen der penningen door de Staaten, ten behoeve der Oostenrijkfche Nederlanden geligt of opgefchooten, en verfcheide punten, in 't Verdrag van Barrière beraamd, en welken men van der Staaten zijde beweerde , dat niet naar behooren. waren uitgevoerd. De Keizer, door een langen en den Staaten kostbaaren Oorlog in't bezit dier Landen herfteld, vergat de gedaane diensten, en zag met verdriet de ondergefchiktheid, waar in deeze gevorderde Barrière een aanzienlijk gedeelte deezer Skaten Helde. Deeze oordeelde hij ftrijdig met zijne hoogheid

als

Sluiten