Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

üïr NEDERLANDEN. 41*

Volk zich fchoeit. De laatfte helft van de zeventiende E«uw hadt de affchaffing , de herftelling, de weder affchalür.g van het Sradhouderfchap gezien. Willem de III. hadt in zijn character iet Itrergs en hards , misfchien om het tegenbee'd te draagen van de Franfche befchaafdheld en inneemendheid. Deeze omftandigheden bragten, buiten twijfel , het haare toe tot het in ftand houden van de oude zeden des Volks; dan de haat tegen de Franfchén , veroorzaakt door den inval in den jaare MDCLXX1I. en de twee daar op gevolgde Oorlogen , en de vermenging met de Engelfchen , veroorzaakt door het aandeel, 't welk het Gemeenebest nam in de Rijksomwemelii'g van Groot Brittanje, kon nietmisfen, om aan het character des Volks eene nieuwe e» vreemde kleur te geeven. De oude Nederlandfche charafters werden langs hoe zeldzaamer , of werden alleen ten platten Lande gevonden. De groote Steden namen een mengzel aan van Duitsch, Engekch en Fransch.

Le Francq van Berkhey, die, in zijne Natuurlijke Hiftorie van Holland, voor de meesten zich met eene verveelende langwijligheid ophoudt in het befchrijven der Kleederdragten zijner Landgenooten in onderfcheidene Tijdperken, doch te midden daar ven veele opmerkenswaardige aanteekent ; dit Tijdperk meesc befchreeven hebbende , voegt 'er bij: „ ik „ kan 'er niet van afftappen, zonder het oog nog te „ vestigen op één der wonderlijkfte tooifels, dat ae immer in Holland gevonden wierd. Ik meen die

Staat*' Regiering.

Sluiten