Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bek NEDERLANDEN- 415

Vlijt, de Braafheid, het Gedrag en de Weldaadigheid zijner oude Landsgenooten, laat'er opvolgen : 3, Dat welgelukkig , dat wijze Volk is niet meer! „ De uitheemfche Befchaafdheid en overvloedige „ Rijkdom zijn de Oorlogen en Pesten geweest, „ die het van den aardbodem weggevaagd hebben.

Gij, Heeren Franfchén! kent gij nog uit de trek„ ken van het afbeeldzel , dat ik u hier gefchetst „ heb, de Voorouders der genen , die , nog eenig „ overfcbot van hunne oude gulhartigheid be:iou„ den hebbende, met hunne behulpzaame hand, in „ de fmert uwer verdrukkinge, uwe opene wonden „ zalfden ? Kent gij hen nog wel meer, die gij, ,, ten loon van zo groote weldaaden , ten uiterften „ bedorven hebt ? Wel is waar , dat gij de plaats „ der deugden , die gi) hebt doen ruimen, weder „ aangevuld hebt met uwe gewaande welleevendheid „ en zedeloozebefchaafdheid. En wie twijfelt, of zij bij deeze ruiling gewonnen hebben (*)J " Elders voert hij een Grijsaart , die zich naar de nieuw aangenomene Zeden niet kon fchikken , dus fpreekende in : ,, Hoe zeer zijn de ,:aaken, zints ,, mijne jeugd, veranderd ! Toen miste het nooit , „ dat de Kooplieden , eer in hun beroep (lellende , „ hunne Kinderen in den Koophandel opbragten. „ Dit was een onfeilbaar middel om de Gezinnen „ in ftand en het Gemeenebest in luister en groot* ,, heid te houden. Tegenwoordig fchaamt men

,3 zich

(*) J. van Effen Mifantrope, I. D. bl.*l3. 15

Staats* Regeering.

Sluiten