Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sta.itsBkgke-

3. ING.

4i<5 GESCHIEDENIS

„ zich over het Koopbedrijf, nan 't welk men alle „ zijne middelen en fchatten verfchuldigd is. Zo „ ras men twee of drie tonnen fchats bezit, is men „ bedagt om van zijne Zoonen Heertjes te maaken. ,, Zij worden naa Hoogefchoolen gezonden, waar „ zij het gezond verfland welhaast bederven , en ,, niets leeren dan hunne Ouders veragten, en der,, zeiver Goederen, ten nadeele van ziel en lichaam, „ doortebrengen. Wat zou die Prins van Oranje ,, zeggen , die met genoegen voor zijne Meesters „ erkends,, de goede bejaarde Leden , die, eer zij „ zich na de Staatsvergadering begaven, oiider een „ boom gingen zitten , om hunnen maaltijd te doen

„ met een bol Broods en een Haring? Wat

„ zou hij zeggen, als hij ten huize eens Koopmans „ hoorde fpreeken van eene Koers voor Mijnheer,

„ en eene Koets voor Mevrouw ? Wat

„ zou hij zeggen , als Ihij de aanregttafels voor„ zien zag met tienerlei foorten van uitgeleezen „ Wijn, en de tafels zeiven vervuld met eene ver„ fcheidenheid van zonderlinge Spijzen, welker toe„ bereidzels wij verfchuldigd zijn aan de vindingrij„ ke weelde der Vreemdelingen ? — Wat zou hij „ zeggen, als hij den Zoon eens Koopmans zag zo „ llijf van Goud en Zilver op zijne kleederen, dat ,, men in twijfel zou mogen trekken, of hij uit een „ Goud- en Zilverfmits Winkel, dan uit die vanee „ nen Kleermaaker kwame ? — Behoeft men, naa" „ dit alles, zich te verwonderen , dat onze Koop. „ handel fteeds afneemt ? Is het niet gansch na«

,, tuur.

Sluiten