Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 417

„ tuurlijk , dat de Weelde een Land bederft , het

geen door Zuinigheid is groot geworden (*)?"

Deeze fchilderij is zeker zeer fterk gekleurd ; en het is 'er wel verre af, dat men zulk roepen tegen de Weelde in 't algemeen met goedkeuring verwaardigt. Anderen beweeren, dat de Weelde in een Land , 't welk digt bevolkt is , en waar groote Steden zijn, gelukkige uitwerkzels voortbrengt , ten onderhoud van een dierbaar gedeelte des Volks , Kunstenaars, Werklieden en Winkeliers in de Steden, en de Boeren op het Land. Het zijn, huns oordeels, aan de vervaarlijk zwaare belastingen, en niet aan de verwoestingen der Weelde , dat men de elende moet toefchrijvtn, welke het gemeene Volk in de Steden drukt, waar de duurte der leevensmiddelen van de voliliektfte noodzaaklijkheid de werkloonen te hoog maakt. Die zwaare belastingen zijn doorgaans een gevolg van de Oorlogen. Dat men de Weelde der Steden befnoeije, en de Rijken noodzaake te leeven op de ftrenge , onthoudende en fpaarzaam zuinige wijze der oude Hollanderen, alsdan zal eene menigte Werklieden de Steden verlaaten, en de Landman zal verarmen, dewijl de verteering, voor hem zo noodwendig, naar gelange van het verminderen der Inwoonderen afneemt Doch in 't Ruk der Weelde hebbe men bovenal in aanmerking te neemen het onderfcheid tusfehen die , welke de Goederen, in 't Land zelve vallende, gebruikt, en die, welke alleen door van buiten ingevoerde gevoed wordt ; in het

C) J. v. Effen Bagatelle, N. XXX. 1718.

Staat** Regeeruno.

Sluiten