Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

418

GESCHIEDENIS

Staats-

RhGEE-

Dichter* en Dichoresfe.

laatfte geval zal de balans ten voordeele overflam van dat Volk , 't welk men de benoodigie üvffi tot Weelde oplevert.

Schoon bovengemelde Zedenfcbrijver van Effen, zomwijlen in eene vlaag van misnoegen, die hem overviel over het niet beantwoorden=>des uitllags zijner Werken aan zijne verwagting, op een laagen trant fpreekt van de zugt der Nederlanden, om regt te doen aan Letterverdienften, verdeedigt hij zijne» Landgenooteu meermalen tegen de befchuldiging als of zij niets met Vernuft, Geleerdheid, Kunsten en Weetenfchappen;, ten zijnen tijde op hadden (*).

Zonder buiten ons plan te treeden, kunnen wij niet in 't breede gewaagen van verdienstlijke Dichters, die in dit tijdperk, het voetfpoor van Hooft en Vondel volgende, den Neder duit fchen Zangberg met algemeenen lof beklommen. Wij zouden anders moeten fpreeken van den grootfchen Vollenhoven, van de deftige Branden Vader en Zoonen, welker eerstgemelden in het Bijfchrift de eerpahn van alle onze Vaderlandfche Dichters ftrijkt, en als Gefchiedfchrijver uitfteekr, van Jeremias den Dekker, in Puntdichten meesterlijk, van eenen fcherpen Joa-

CHfM

(*) Men zie onder anderen zijn Holland fchen Speéïator, I. D. p. 133. Hij zelve kan, zo zeer als iemand, tot een wederfpraak van dit ongegrond verwijt, in zommige opzigten, mekken. Zijne Speüatoriaak Schriften mogen met die der beroemdfte Buitenlanderen, op eene lijst, en wat ons Land betreft, boven aan gefield worden.

Sluiten