Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dsr NEDERLANDEN. 459

een nieuw gedrost lijk zamenftel van Godgeleerdheid. Zijne Naavolgers droegen , behalven den naam van Verfchoorhten, ook dien van Hebt eeuwen , ter oorzaake van den ijver; met welken zij zich op de Hebreeuwfche Taalkennis bevlijtigden. Van Hattum werd, als aan de wanoegnppen van Spinoza vast, van den Predikftoel geweerd. Geen van beiden heeft de belijdenis van den Hervormden Godsdienst verzaakt : zij gaven in tegendeel voor, zich daar aan te houden. Van Hattum gaf zelfs eene Verhandeling over den Heidelbergfchen Catechismus in 't licht. Het fchijnt, dat deeze twee Grondvesters van fterk na elkander zweemende Aanhangen de Leer der Hervormde Kerke , wegens de volftrekte Befluiten, zo verre trokken, dat zij daar uit het godloos ftelzel van eene noodlottige en onverbiddelijke Neodzaaklijkheid opmaakten. Zij kwamen, dit beginzel vasigefteld hebbende, natuurlijk tot den ftap, om het onderfcheid tusfehen zedelijk goed en kwaad, en de verdorvenheid der menschlijke Natuure te loochenen ; en te beweeren , dat de Menfchen ondei geene verpligting' altoos lsgen om hunne Zeden te verbeteren, hun hart te zuiveren, of hunne poogïn gen aantewenden tot eene geregelde gehoorzaamheid aan de Geboden van den Godsdienst. Deeze be ftondt niet in doen, maar in lijden. Alle de Gebo den van Christus konden tot dit ééne gebragt wor den dat wij met gelijkmoedigheid en geduld alle; verdraagen, wat ons door den Godlijken Wil over M s komt

StaatsRege*.

riwg.

! I

Sluiten