Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLAND EN. 473

Het ontbrak den Lande intusfchen niet aan bekwaame Mannen, die de Godgeleerdheid en uitlegging der Heilige Schriften ter harte namen. Hier zouden wij, voerde het ons niet te wijd om , fpreeken van eenen gemaatigden Witzius , van eenen arbeidzaamen van Till , wiens Schriftuurverklaaringen, als h«j niet te zeer tot zijne geliefde Cocct' jaanen vervalt, zeer aanteprijzen zijn ; van de geleerde Vitringa's , Vader en Zoon; van eenen Zedekunde hervormenden Placette ; van eei;en welfpreekenden Saurin en uitmuntenden Basnage; van eenen Limborch , die het verdraagzaam voetfpoor zijner voorgangeren , Episcopius en Curcel» t^eus, betradt.

i Het herroepen van 't EdiSs van Nantes maakte deeze Gewesten ter fchuil- en wijkplaats van niet weinigen der eerfte Vernuften uit Frankrijk , die in dit hun nieuw Vaderland een roem verwierven, welke op hetzelve te rug kaatste. De bepaalingen, elders aan vrij gevoelen, fpreeken en fchrijven gefield, deeden Letterhelden, die den dwang deroverheerfchinge in de Letteren moede waren, herwaards komen , om den fchat hunner geleerdheid en kundigheden vrijlijk te ontlluiten. Zonder zulks zouden deeze Gewesten op veele heerlijke Werken niet mogen boogen. Wij kunnen niet nalaaten, van twee hunner met een kort woord te gewaagen: twee, die in de wereld eenen grooten naam gemaakt, en elkander op het heftigst betwist hebben, te weeten Peirus Bayle en Jan le Clerc , met hunne characN 2 ter»

STAATJi

Regee-

RINO.

Sluiten