Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fc-E. STAAT EN OORLOG. 1785. 155

van dien aart. —— Verklaarende wy nogthans onder het voorfchreeven verbod niet te willen begreepen heb» ben de wettiglyk goedgekeurde teekens van honneur, nogte ook het draagen van Vaandels onder Militairen, Schutters en Leden van Exereitie-Genoodfchappen, ofte derzelver Zee- en Veldteekens, als niet dienende om eenige partyfchap aanteduiden , maar alleen, om aanrewyzen, tot welke Corpfen zy behooren; mits egter die Corpfen van Schutters en Exereitie-Genoodfchappen , als mede hunne Veldteekens zyn geappro» beerd, ten opzigte van de Steden , door derzelver refpective Magtftraaten , en ten aanzien van het platte Lind, door ons, ofte door de Heeren onze Ordinaris

Gedeputeerden. Intérdiceerende verders alle tu-

nmltueufe beweegingen, zamenrottingen, en attroupeeringeh , het houden van onbehooriyke byeenkomften, het liaan , ftooten of fmyten op deuren en vengfters, het infulteeren én aanranden van anderen, wie het ook zouden mogen zyn, 'c zy in hunne Perfoonen ofte derzelver goederen , en voorts alles , wat naar eenig oproer zweemt. Zoo als wy mede allen en een ie-

gelyk, van wat ftaat of conditie hy zy, wel fcherpelyk verbieden het geeven van geld, en" het doen van giv'en of beloften, om daardoor de twist en tweedragt aarteftooken, de eenvoudige Op- en Ingezetenen opteru'jen, en dezelven tot tumultueufe beweegingen en z cdenrottingen, ofte tot ongehoorzaamheid aan ons, als de wettige hooge Overheid van dezen Lande, aantezetten.

Alles voorde Overtreders,'op pcene van onze hoogfte iidignatie , en om als verltoorders van de publicque rust , zonder eenige verfchooning , rigoureufeiyk aan den Lyve , ofte anderzints arbitralyk, ook zelfs, naar exigentie van zaaken , aan "t Leven geftraft te

worden. Ende op dat niemand hier van eenige

ignorantie pretendeere , zal deeze alomme binnen de Stad, Steden en Linden van Utrecht worden gepubliceerd en geaffigeerd, naar behooren.

Gedaau te Utrecht den 9 February 1785. enz.

XXXI.

Sluiten