Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23- maart, ZAAKEN VAN

Willem den IV en de tegenswoordige Heer Erfftadhcuier, zedert het Erfttadhouderfchap begonnen met den jaare 1748, n mmer de Posten van Ontfanger Generaal of Rentmeelter der Geestelyke Goederen , als telken reize by toelatinge van de Staaten van het Quartier, hebben konnen begeeven, en zoo dra de begeevinge daarvan by de Staaten van het Quartier gelyk tegenwoordig word gereclameerd, als ook daartoe van ouds gt-q-iahficeerd en bevoegd , gelyk ten duidlykften is aangetoond , moet gefchieden, alzoo nimmer die Posten by vorige Heeren Stadhouderen , voor Willem den 111 zyn begeeven geworden. En daar de Posten van de G-e?telyke Rentampten ten tyde van Willem den UI, by het Quartier zyn begeeven geworden , en geen veranderinge daar omtrent is gebeurd, zoo is het zonneklaar , dat de begeevinge van dien , zedert het Erfttadhouderfchap van Willem den IV, alleen oogluikende is toegelaten , en uit welke toelatinge men mogelyk tbayna zal willen afleiden, hoe zeer ook by ufurpatie gedaan, >t regt van de Heeren Erfftadhouüers tot vervulliiige van dezelve.

Zoo vermeint de Ondergetekende derhal ven , daar de oegeevinge van den Post van Ontfanger Generaal thans vacant, door eenige Leden van dit Quartier word ge<e< oceerd als een Privilegie . waarroe dezelve van Wtd$ af tot op den buidigen dag alleen gequ;lifkeerd en bevoegd zyn geweest, ook dienshalven effect: behoora te forteeren, en tot een datelyke begeevinge volgens den tour, aan wien zulks competeerd , ingevolge Quartiers-Refolutie van den 1 May 1705, behoord geprocedeert te worden. En dat wyders van deze Relbltlti« der Sraaten van dit Quartier aan Zyn Doorl. H .ogheid den Heere Erfftadhouder by een convenabele Misfive behoord te worden kennis gegeeven , waarby in fubitantie, omtrent de bevoegdheid en qualificatie van de Staaten van dit Quartier van ouds at geviseerd hebbende , tot de begeevinge van den Post van Ontfanger Generaal en Rentmeefterfchappen van de Geestelyke Goederen dezer Graaffchap mentie behoorde te worden gemaakt, en uit dien hoofde de benoeminge van dien aan zig hebben gereferveerd en voorbehouden.

De

Sluiten