Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de Godgeleerdheid. 3 onzuivere beginfelen van Godsdienften en gewoontens van andere Volkeren , zo der oude Arabieren , Jooden , Gnofiieken, als der Manichaeën, Ariaancn, Nejloriaanen en andere Ketteren , die toen ter tyd reeds in het Chriftendom waren ingedrongen, t'faamgefteld , om langs deze weg hen te beter in zyn belang te krygen , en ten zyne voor. deele over te haaien.

3. In eene hec'endaagfche Joodfche; wyl de Joodfche Godgeleerdheid onder het O. T. alleen de waare Godsdienft in zich bevattede: maar, na de verkondiging van het Euangeüum, en Jefus als den waare Mesfias verworpen te hebben , zyn zy hoe langer hoe meer van den waare Godsdienft hunner Voorvaderen afgsdwaalt, en hebben, behalven het O. T., een ander beginfel des Geloofs, namelyk den Talmud, aangenomen, als of die de Mondelyke overleeveringen, . door God te vooren aan Mofes gegeeven, in zich bevattede.

4. In eene Heidenfche; — die men wederom in Laateren en Vroegeren kan verdeelen. — A 2 tot

Sluiten