Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DÉ GODGEÏTEERDHEID. 7

Men moet zich vooral wagten , om aan deze Godgeleerdheid der Fereeniging, noch te veel, noch te weinig toe te kennen. —

Het eerde gefchied, als men uit het oog verheft, dat de Menfchelyke Natuur, welken Chriftus heeft aangenomen, altyd eindig is en blyft, en dus zo min voor een oneindige maate van Zalving, als voor oneindige Volmaaktheden , eigen aan de Goddelyke Natuur, vatbaar is; en derhalven is deze Godgeleerdheid , aan Chriftus naar zyne Menfchelyke Natuur toegekent, geenfints te houden voor de oneindige Wysheid Gods zelve: maar, de Voorbeeldige en de A/beeldige Godgeleerdheid, loopen inChrifto en te zaamen, en moeten van den anderen onderfcheicfen worden , voor zo verre de eerfte in hem, als het woord xiyu, de tweede als Menfch plaats heeft.

Men doet deze Godgeleerdheid der Fereeniging te kort, ten zy men voor zeker houd, dat, uit kracht der Vereeniging van de Menfchelyke Natuur van Chriftus, met de Perfoon van Gods Zoon, deze Godgeleerdheid der Vereeniging alle de anderen , die in bloote A 4 Schep-

Sluiten