Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80 II. Hoofdstuk

20, vs 23 en 24. Dan, dat de H. Geest van Stad tot Stad betuigt , zeggende, dat my banden ende verdrukkingen aanfiaande zyn: maar, ik en achte ook geen ding,nogte en boude myn leeven niet dierbaar voor my zelve , op dat ik myne loop met blydfchap mag volbrengen, ende den dienst, welken ik van den Heere Jefu ontfar.gen hebbe, om te betuigen bet Euangelium der genaade Gods.

Die nu, uic het Charaéier dier Perfoonen, die voorgeeven, van God zelfs geleerd te zyn, het geene zy anderen mededeelden , niet overreed is van de Goddelykheid hunner Schriften, is voor geene overreedinge vatbaar, en gelyk aan een Menfch , die hec Licht der Z 0 n betwist, om dat hy, hardnekkig zyne oogen fluitende, het zelve niet ziet, om dat hy niet zien wil. —

0. Laaten wy nu ten laasten ons nog een oogenblik bepaalen by de uitwerkfelen, door hen voortgebragt, en alle Menfchelyke kracht te boven gaande.— Ik bedoel de wonderwerken, bejiaande inwerken, die boven, tegen en buiten de van God vastgestelde wetten der

Na-

Sluiten