Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84 II- Hoofdstuk dat gy meugt weeten, hoe men in het huis Gods moet verkeer en, het welke is degemeinte van den leevendige God, een Pielaar ende vastigheid der waarheid; maakt hem ftout, om op dit fluk aantedringen, voor al, als men zich na zyne uitlegging fchikt, en de woorden, een Pilaar en vastigheid der waarheid, aanmerke, als een Naam, waar mede Paulus de Kerk benoemt; om 'er ons mede te leeren , dat ons geloof alleenlyk fleunt op het gezag der Kerke, en dat alles, wat de Kerk voor goed keurt, waar is, en al, wat dezelve afkeurt, voor onwaar moet gehouden worden. —

A. i. Gefield, dat men de woorden, een Pielaar en vastigheid der waarheid, al eens brenge tot het voorgaande, namelyk, het huis Gods, het welke is de gemeente des leevendige Gods, en dus tot de Kerk; dan ftraalt immers een iegelyk, die maar zien wil, in de Oogen, dat deze naam hier geenfints aan de Roomfche; maar wel aan de Epbefijche Kerk gegeeven wordt, even te voore aan de zorge van Timotheus toevertrouwt;

Sluiten