Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jo II. Hoofdstuk A. Dit te Hellen, is

1. De Goddelyke Voorzienigheid te kort doen, die met eene byzondere zorg gewaakt heeft, dat 'er geene vervalfching is ingedoopt , Jef. 40: vs 8. Maar het woerd onzes Gods bejiaat in der Eeuwigheid , en 1 Pet. 1: vs 25. Maar het woord des Heer en blyft tot in Eeuwigheid.

2. Dit ftryd tegen den yver der Jooden, waar mede zy zich hadden aangegord , om de Wet ongefchonde te bewaaren , cn waarover hen , en door geweide, zie Rom. 3: vs 1, 2. Welke is dan het voordeel der Jooden? of welke is dan de nuttigheid der Befnydenijfe? — veelen in alle manieren; want wel het eerfle, dat haarde woorden Gods zyn ttebetrouwt. — en door ongeweide Schryvers, als Philo, Jqfephus en anderen , groote lof wordt toegezwaaid. —

3. En, om niet langer te draalen, laaten zy vry kiezen, wat tydperk zy ook willen, waar in dit zoude gefchied zyn; — of, voor, of, na de komfl: van den Messias; — zo zy zeggen voor de komfl; van den Messias

Sluiten