Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

96" II. Hoofdstuk fchriften der Apoftelen ,en Euangelijlen, van den beginnen reeds,zyn ter hand gefield? — en men zoude hen zeer te kort doen, als men hunne zorg, jegens de oorfpronkelyke Handfchriften in twyfel trok j — temeer, daar wy 2 Theff 2: vs 2. Dat gy niet haastetyk beweegt en wordt van ver/land, ofte verfchrikt, nog door geest, nog door woord, nog door Zendbrief, als van ons gefchreeven; geleert worden, hoe Paulus de gemeentens getrouwelyk waarfchuuwde, zich wel te wagten, van niet bedrogen te worden, door Zendbrieven, op zyne naam gefchreeven, en ten dien einde, als 't ware zekere teekenen in zyne brieven plaaste, waar door zy dezelven konden onderfcheiden van valfche, zie 2 Theff. 3: vs 17. De groetenisfe met myne hand Pauli, bet welke is een ieeken in iedere Zendbrief, alzofchryve ik.

By dit alles nu, het getuigenisfe gevoegt van Papius, Juflyn de Martelaar, Jreneus, Klemens van Alexandrien, Ignatius, Hieronumus en anderen, die onmiddelyk na de Apoftelen geleeft hebben, en onder welken

fom-

Sluiten