Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

136" II- Hoofdstuk Godsdienft, op zich zeiven befchouwt, Gode aangenaam zyn kan, en daar door meent voor God gerechtvaerdigt te kunnen worden , zonder dat zochanig een Menfch, door de verlichting des H. Geeft, doordringt tot den Geeftelyke en Euangelifche inhoud der Wet.

Tegenw. 1 Joh. 2: vs 20. wordt immers uitdrukkelyk getuigt, gy hebt de zalvinge van den H. Geefl, en gy weet alle dingen ?

A. i. Deze plaatfe ziet, ten deele, op de buitengewoone gaaven des H. Geeft, in de beginfelen van het N. T.

2. Ten deele, op de genoegzaame onderwyzing van den Weg der Zaligheid, dooiden H. Geeft: maar geenfints buiten de H. S. S.

3. Door deze Zalving worden zy gezegt alle dingen te weeten : maar het is 'er verre van daan , dat deze kenniffj in den ruimden zin moet genomen worden, dan zouden zy alweetende zyn, en deze oneindige volmaaktheid kan in geen eindig Schepfel vallen, wyl het de aart van een eindig wezen niet toelaat: maar, door dat alles wordt verdaan

v

Sluiten