Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van dê H. Schriftuur. 147

leen Waarachtig, daar alle Menfchen leugenachtig zyn.

3. De Papiften zelf bepaalen deze onfeilbaarheid hunner Opperhoofden , in het uitleggen der H. Schriften ;—Bellarminus zelve getuigt, datdePaaj-, als een byzonder Leer aar aangemerkt, dwaalen kan: maar niet, wanneer hy iets uit zyn gefloelte, als 't Hoofd der Kerk voorftelt; — voeg hier by de Leerftelling der Jefuiten, namelyk, dat Jefushti Kerk-beftier op zodaanig eene wyze aan de Paufen heeft opgedraagen, dat zy met dezelfde onfeilbaarheid, ali hy, begaaft zyn, zo meenigmaal zy uit hun gefloelte fpreeken:

door dit gefloelte verftaan zy geenfints,

eene byzondere verheeve plaatfe, waar op zich de Paus zet: maar, dan fpreekt hy uit zyn gefloelte wanneer hy, z)s het Hoofd der Kerk , als opvolger van Petrus fpreekt, vooraf de noodige middelen om onfeilbaar te zyn, aangewend hebbende;— dus volgt, dat hy,als 't Hoofd der Kerk befchouwt, Rechtzinnig : maar, als byzonder Menfch befchouwt, «le grooffte Ketter zyn kan: maar, de vraag K 2 is,

Sluiten