Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

170 III. Hoofdstuk

rampzalige Ellende ftaat, gefproten uit den doodelyke vrugtbeet, door zyne Voorouders in het Parady»; waar door eene Geeftelyke ziekte ontftaan is, die in een ogenblik zyne aderen en ingewanden doorkroop, en hem nog dagelyks voor Gods aangezigte doet uitfpatten; waar door zyn geweeten gekwets en bezwaart, zyn verftand door eene blinde onweetenheid geraakt, zyn oordeel verkeert, zyne wil bedorven door verkeerde neigingen, zyn herte verhart en verftrikt in de Zonden, en zyne geeft in eene diepe flaaperig. heid geftort is, en hy dus voor Gods aangezigte , vol Hinkende Zweeren , Striemen Wonden en Etterbuilen is, die niet uitgedrukt nogte verbonden, nog met Oly verzagt zyn; en 'er dus voorhem, in zich zelve befchouwt, niet, dan eene ontweifdbaare dood, en Eeuwige verdoemenis is te wagten.

4. Tot Chriftus, en wel, hoe hy, wanneer het recht der wet gefchonden, en de Eere van Gods Majefteit beleedigt was, en niemand in ftaat ware met zyn herte Borge te worden, om tot God te genaaken,

Van

Sluiten