Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

198 IV. Hoofdstuk geeven, ofte,fpreek tot de aarde;zy zal het u leer en, ook zullen het de Visjchen der Zeê u vertellen , wie en weet niet uit alle deze , dat de hand des Heeren dit doet ?

y. Niet minder moet een iegelyk overtuigt worden van het beftaan van God, wanneer hy, met een aandagtig oog, de wyze t'faamenvoeging, ftandvaftigheid en onveranderlykheid der zaaken befchouwt.

Befpiegelen wy Zon , Maan , en de andere Hemellichten, zy worden geenfints, als ballen, door den ruimen Hemel in het wild heen en weer geflingert: maar, in tegendeel befpeurt men in dezelven eene geregelde, ftandvaftige, overeenftemmende, en tot zekere eyndens ftrekkende beweeging, een iegelyk heeft, en behoud zynen Loopbaan en omloops tyd, het wordt Dag, Nagt, Lente, Zomer, Herfft en Winter, men heeft beurtelings Regen en Zonnefchyn, warmte en koude, Storm, Winden ftilte.

Het Aardryk is zo ingericht, dat 'er voor zo veele redelyke enredelooze wezens, als 'er op het zelve gevonden worden , geen ge-

fchik-

Sluiten