Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2oo IV. Hoofdstuk

maakfi Opperwezen, uit de ongewoone voor. vallen der zaaken ontleent, behoeft hier niet agter te (taan. — Het zy men let, of, op veele Wonderwerken, 's Menfchen kracht verre te bove gaande,of, opdeaanmerkelykeoordeelen, over de Godloozen uitgeftort, door deze of geene byzondere Perfoon, of, een geheel Land en volk te verwoeften; zo, dat een geheel Koningryk verzinkt in de ysfelyk gaapende klooven des Aardryks, en, daar het hede overvloeit van Melk en honing, morge eene huilende woeftyn wordt gevonden, door het branden der zwavelashtige kolken, in de ingewanden des Aardryks, waar in men de vinger Gods duidelyk kan leezen, vooral, zo hier door, de aloude Voorzeggingen te gelyk hunne vervulling ontfangen.

£. Ja, de wonderlyke beftiering der gebeurlyke dingen , het zy men let op de voorbeelden der geweide bladeren, als van Jofeph Chriflus en anderen, of, op de zulken, die by ongeweide Schryvers, naar waarheid geboekt (laan, gebieden on«, tot een Eeuwig, Wys, noodzaakelyk en albeftier end wezen op* . te-

Sluiten